Hamamelis, de Toverhazelaar, is een struik met spinachtige, gele bloemblaadjes. Hij staat in bloei op het einde van de herfst. De naam Hamamelis combineert twee Griekse woorden, omdat - aldus Hippocrates - de plant bloeit op het moment dat de vruchten van de andere bomen rijpen en ze hun zaden verspreiden.
In de apotheek gebruiken we de Hamamelis virginiana. De Indianen uit Noord-Amerika gebruiken hem al eeuwen voor hun dagelijkse verzorging en om problemen met de doorbloeding te verhelpen. Wetenschappelijk onderzoek bevestigde dat de Toverhazelaar adstringerende en wondhelende eigenschappen bezit, dat hij de doorbloeding verbetert, de doorlaatbaarheid van de bloedvaten vermindert en de vaatwanden soepel houdt.
Rond 1940 geraakten de settlers in Amerika geïnteresseerd in de productie op grotere schaal, en veroverde het stoomdestillaat van de "Witch Hazel" de ingeweken Europese bevolking, en daarna ook het oude continent. Vanaf 1906 bood apotheker Jos Bollansée het destillaat ("wit extract") en enkele afgeleide medische producten (zalf, zetpillen) aan in België.
Vanaf 1957 breidde zijn opvolger, apotheker Jan Sollie, het gamma uit. Hij verbeterde de formules en ontwikkelde een reeks verzorgings- en medische producten met veilige, hypo-allergische en zo natuurlijk mogelijke bestanddelen.